Officiële ingebruikname nieuwe kade Grote Hout

Op vrijdag 30 oktober 2015 is de grondig gerenoveerde kade van bedrijventerrein de Grote Hout in Velsen-Noord officieel in gebruik genomen. Gemeente Velsen heeft deze zeekade in eigen beheer laten vernieuwen om een extra impuls te geven aan de economische potentie van dit gebied aan het Noordzeekanaal.

22363_fullimage_kvl_151030_1541510w_250x250
Gastheer van de feestelijke bijeenkomst Arjen Verkaik, wethouder EZ van gemeente Velsen, heeft verschillende partijen bedankt voor hun bijdrage. Zoals Zeehaven IJmuiden voor de inbreng van technische expertise en de provincie Noord-Holland voor de toekenning van in totaal 3,7 miljoen euro subsidies vanuit WED, HIRB en UVA. Ook de gemeenteraad van Velsen kreeg een pluim: ‘Omdat de raadsleden het lef hadden, te besluiten dit werk als gemeente zelf aan te pakken en erin te investeren’.

Intensivering en kennisrijk werken

Volgens Verkaik vragen dergelijke infrastructurele projecten doorgaans veel tijd, maar hij stelt tevreden vast dat de periode van voorbereiding tot realisatie van de kade relatief kort is geweest.

‘Steeds is daarbij gelet op een goede combinatie van bedrijvigheid en leefbaarheid in Velsen-Noord en Velsen-Zuid. Nu deze kade klaar is, zal hij bijdragen aan de intensivering van het bedrijventerrein en aan kennisrijk werken zoals in de Visie op Velsen 2025 is bedoeld.’

Ingenieursbureau Lievense heeft het ontwerp, de directievoering en het toezicht gedaan, aannemerscombinatie Ploegam Van den Biggelaar heeft het werk uitgevoerd.

Belangrijke schakel

Gedeputeerde Jaap Bond van Provincie Noord-Holland heeft samen met Verkaik de officiële opening verricht. Bond noemt de kade ‘een aanwinst voor de IJmond en voor het hele Noordzeekanaalgebied’ met het oog op verdere havenontwikkelingen. ‘Dit is een uniek gebied gezien de schaarste aan natte bedrijventerreinen en het vormt een zeer belangrijke schakel in de internationale concurrentiepositie van de Metropoolregio Amsterdam. De voorzichtige groei van de economie zal zich zeker ook vertalen in groei van de economische activiteiten in het Noordzeekanaalgebied.’